Doe de gratis oefentest

Code 95 oefenen › Het Code 95-examen › Ladingzekering

Ladingzekering voor vrachtwagen­chauffeurs

Lading die schuift of omvalt, hindert het veilig rijden. Daarom bepalen regels hoe je lading vastzet en wie daarvoor zorgt. Op het theorie-examen basiskwalificatie krijg je er vaak een rekensom over.

Gecontroleerd op 18 oktober 2026 aan de hand van artikel 45bis van de Wegcode (Vlaamse versie) en de Europese richtsnoeren voor ladingzekering van 2014. Regels kunnen wijzigen: kijk voor je examen de bronnen onderaan na.

In het kort

Voor welke voertuigen?

De Vlaamse regels gelden voor vrachtwagens van categorie N2 en N3, aanhangwagens en opleggers van categorie O3 en O4, en trekkers die sneller kunnen dan 40 km/u. Een bestelwagen van categorie N1 (tot 3,5 ton) valt erbuiten.

Wie is waarvoor verantwoordelijk?

Voldoet de zekering niet aan de wet, dan vertrek je niet. Dat de verlader heeft geladen, verandert daar niets aan. Is er vooraf niets anders schriftelijk afgesproken, dan geldt dit:

Leidden de instructies van de opdrachtgever of de verlader tot slecht gezekerde lading, dan kan hij dezelfde straf krijgen als de overtreder.

Wat controleer je voor vertrek?

De wet vraagt een visuele controle. Zitten de laaddeuren, de laadklep, de dekzeilen, het reservewiel en de andere uitrusting vast? Hindert de lading het veilig rijden niet? Ligt het zwaartepunt zoveel mogelijk in het midden?

Onderweg controleer je de zekering geregeld, voor zover je erbij kan. Banden over vervormbare lading, zoals zakken isolatiemateriaal, verliezen tijdens de rit vaak de helft of meer van hun spanning. Dan span je opnieuw aan.

Welke krachten moet de zekering weerstaan?

De krachten staan in g, als deel van het gewicht. Kan de lading kantelen, dan reken je opzij met 0,6 g.

RichtingKrachtBij 20 ton lading
Naar voren0,8 g (80 % van het gewicht)16 000 daN
Naar achteren0,5 g (50 %)10 000 daN
Opzij, naar beide kanten0,5 g (50 %)10 000 daN
Opzij met kantelgevaar0,6 g (60 %)12 000 daN

Ook zware lading schuift. Wrijving houdt maar een deel tegen, en door trillingen van het wegdek valt er soms wrijving weg. Een kunststofpallet op multiplex heeft een wrijvingsfactor van maar 0,2. Is de vloer vuil of ligt er ijs of sneeuw, dan reken je met hoogstens 0,2.

Vier manieren om lading vast te zetten

De wet noemt opsluiten, vergrendelen, direct vastzetten en neersjorren. Je mag ze combineren.

Hoge lading kan kantelen: blokkeer dan boven het zwaartepunt. Bij een schuifzeiloplegger met code L is het zeil alleen weerbescherming. Het houdt de lading niet tegen.

Neersjorren of direct sjorren

Bij neersjorren drukt de band de lading op de vloer, zodat de wrijving groter wordt. Dan telt de STF op het etiket. Zet de band zo steil mogelijk: tussen 30° en 75° heb je dubbel zoveel banden nodig. Ook lading die niet kan schuiven, krijgt best één neersjorring per 4 ton, zodat ze niet gaat wandelen.

Bij direct sjorren, zoals diagonaal sjorren, verbindt de band de lading rechtstreeks met het voertuig. Dan telt de LC. Span zo hoog mogelijk aan, tot de helft van de LC. Een band rekt tot 7 % uit, dus een hoge voorspanning houdt de lading stiller.

Spanbanden controleren

Op het etiket staan onder meer de LC en de STF in daN, de handkracht (SHF, 50 daN), het materiaal, de lengte en de fabrikant.

Fabrikanten schrijven voor om banden voor, tijdens en na gebruik te controleren, en ze minstens één keer per jaar door een deskundige te laten keuren. Een band gaat uit gebruik bij sneden of garenbreuk, een ontbrekend of onleesbaar etiket, vervorming door hitte, schade door agressieve stoffen, en vervormde of sterk geroeste haken of ratels.

Leg een band nooit in een knoop of getwist. Over scherpe randen gebruik je een hoekbeschermer. Tijdens de rit zet je de ratel vast.

Oefen met 3 voorbeeldvragen

Zo kan een vraag over ladingzekering eruitzien. Kies eerst zelf een antwoord.

Vraag 1

De verlader heeft je oplegger geladen en zegt dat alles klaar is. Je ziet dat de pallets los staan, zonder enige zekering. Wat doe je?

  1. Je vertrekt, want de verlader is nu verantwoordelijk
  2. Je vertrekt pas als de lading goed gezekerd is
  3. Je vertrekt en meldt het later aan je planner
Bekijk het antwoord

B: je vertrekt pas als de lading goed gezekerd is. De bestuurder mag niet vertrekken als de ladingzekering niet aan de wettelijke eisen voldoet. Dat de verlader geladen heeft, verandert daar niets aan.

Vraag 2

Je laadt 10 ton lading. Welke kracht naar voren moet de ladingzekering minstens kunnen tegenhouden?

  1. 5000 daN
  2. 10 000 daN
  3. 8000 daN
Bekijk het antwoord

C: 8000 daN. Naar voren moet de zekering 0,8 g tegenhouden, dus 80 % van het gewicht: 0,8 x 10 000 = 8000 daN. 5000 daN geldt opzij en naar achteren.

Vraag 3

Het etiket van een spanband is afgescheurd. De band zelf ziet er goed uit. Wat doe je?

  1. Je gebruikt de band niet meer
  2. Je gebruikt hem, hij ziet er goed uit
  3. Je gebruikt hem alleen voor lichte lading
Bekijk het antwoord

A: je gebruikt de band niet meer. Zonder leesbaar etiket kan je de LC en de STF niet bewijzen. Zo'n band gebruik je niet meer.

Oefen ladingzekering met uitleg bij elk antwoord

Code 95 oefenen heeft vragen over lading en ladingzekering, met uitleg bij elk antwoord. Probeer eerst gratis 10 vragen, zonder account.

Doe de gratis oefentest

Bronnen