Code 95 oefenen › Het Code 95-examen › Personenvervoer met de bus
Code 95 voor buschauffeurs: veilig en comfortabel personenvervoer
Een deel van het theorie-examen basiskwalificatie voor rijbewijs D en D1 gaat daarover: staande passagiers, rolstoelen, kinderen, schoolvervoer, gordels en de uitrusting aan boord.
Gecontroleerd op 18 oktober 2026 aan de hand van de Wegcode, het technisch reglement voor voertuigen (KB 15 maart 1968) en Verordening (EU) 181/2011. Regels kunnen wijzigen: kijk voor je examen de bronnen onderaan na.
In het kort
- Je past je snelheid aan je lading aan, en passagiers horen daarbij. Een aparte limiet voor staande passagiers bestaat niet.
- Plots remmen mag alleen als het om veiligheid nodig is.
- Een rolstoel zonder vastzetsysteem staat achterwaarts tegen de rugsteun, met de remmen aan.
- In een bus is een kinderzitje niet verplicht. Waar gordels zijn, draagt iedereen de gordel.
- Op een schoolbus in het buitengewoon onderwijs rijd je niet uit zonder busbegeleider.
- Een bus of autocar boven 5 ton heeft twee blussers en twee verbandkisten aan boord.
Hetzelfde examen, andere vragen
Als buschauffeur leg je dezelfde drie delen af als een vrachtwagenchauffeur: meerkeuzevragen, casestudies en een mondeling. De vragen gaan wel over personenvervoer. In het oefenpakket zitten 112 mondelinge vragen voor de bus. Hoe die delen verlopen, lees je op Het Code 95-examen.
Rijden met staande passagiers
De Wegcode zegt dat je je snelheid regelt volgens onder meer de staat en de lading van je voertuig. Met staande passagiers rij je dus rustiger. Een aparte snelheidslimiet voor een bus met staande passagiers staat niet in de Wegcode.
Plots remmen mag niet, tenzij het om veiligheidsredenen nodig is. Een staande passagier heeft geen gordel en voelt elke ruk het eerst. Daarom:
- anticipeer je vroeg;
- trek je geleidelijk op en rem je geleidelijk;
- vertrek je pas als iedereen zit of zich vasthoudt;
- neem je bochten en rotondes traag.
Tickets en je gsm
Tijdens het rijden mag je geen toestel met scherm vasthouden of bedienen, tenzij het in een houder zit, en je houdt je voertuig altijd goed in de hand. Een apart artikel over ticketverkoop bestaat niet. Goede praktijk is: je verkoopt tickets als de bus stilstaat.
Passagiers met een beperking
Tegenover kinderen, bejaarden en personen met een handicap, zoals blinden met een witte stok, ben je dubbel voorzichtig. Je vertraagt en stopt zo nodig.
- Rolstoel: zonder vastzetsysteem staat hij op de rolstoelplaats, achterwaarts met de rug tegen de rugsteun en met de remmen aan. Met een vastzetsysteem mag hij ook voorwaarts staan.
- Weigeren: op een lijndienst mag de vervoerder niemand weigeren of extra laten betalen alleen omwille van een handicap. Weigeren mag alleen om veiligheidsredenen, of als bus of halte het instappen fysiek onmogelijk maakt.
- Gratis hulp bij instappen: op lijnen van 250 km of meer, als de passagier dat minstens 36 uur vooraf meldt.
- Geleidehond: erkende assistentiehonden mogen in Vlaanderen mee, zonder extra kosten.
Kinderen en gordels
Zit er een gordel op een plaats, dan draagt de passagier die. Dat geldt ook in een bus. Een kinderzitje is niet verplicht in een voertuig met meer dan 8 passagiersplaatsen, ook niet voor een kind kleiner dan 135 cm.
Je passagiers worden over de gordelplicht ingelicht. Eén manier volstaat: door jou, door een reisleider, met een video of met een pictogram op elke zitplaats.
Schoolvervoer
Een schoolbus draagt vooraan en achteraan links het schoolvervoerbord. Laat je kinderen in- of uitstappen, dan zet je alle richtingaanwijzers aan. Rijd je niet voor schoolvervoer, dan dek je het bord af of haal je het weg.
In het buitengewoon onderwijs is een busbegeleider verplicht op een schoolbus met minstens 7 zitplaatsen voor leerlingen. Zonder begeleider rijdt de bus niet uit. Jij bent die begeleider niet: de school werft hem aan. Na de rit kijkt hij na of er geen kind is achtergebleven.
Veiligheidsuitrusting aan boord
- Blussers: boven 7,5 ton weegt elke blusser minstens 3 kg. Een voertuig voor personenvervoer boven 5 ton heeft er twee. Een blusser met verbroken zegel of vervallen datum telt niet meer.
- Verbandkist: waterdicht, stofdicht en niet op slot. Boven 5 ton heb je een tweede, identieke kist.
- Gevarendriehoek en fluohesje: die heb je altijd bij.
Oefen met 3 voorbeeldvragen
Zo kan een vraag over personenvervoer eruitzien. Kies eerst zelf een antwoord.
Vraag 1
Je rijdt een stadsbus met veel staande passagiers. Wat geldt voor je snelheid?
- Je mag maximaal 60 km/u rijden
- Je past je snelheid aan je lading aan
- Niets, aanpassen is alleen een advies
Bekijk het antwoord
B: je past je snelheid aan je lading aan. Je moet je snelheid regelen volgens de staat en de lading van je voertuig, en passagiers horen daarbij. Een aparte limiet van 60 km/u voor staande passagiers bestaat niet.
Vraag 2
Een rolstoelgebruiker stapt in je bus. De bus heeft geen vastzetsysteem voor rolstoelen. Hoe staat de rolstoel?
- Voorwaarts in de rijrichting, zoals een zitplaats
- Dwars in het gangpad, met de remmen los
- Achterwaarts tegen de rugsteun, remmen aan
Bekijk het antwoord
C: achterwaarts tegen de rugsteun, remmen aan. Zonder vastzetsysteem staat de rolstoel op de rolstoelplaats achterwaarts, met de rug tegen de rugsteun en de remmen aan. Voorwaarts mag alleen met een vastzetsysteem.
Vraag 3
Je rijdt een schoolbus in het buitengewoon onderwijs met 12 zitplaatsen voor leerlingen. De busbegeleider belt af. Wat doe je?
- Je vertrekt niet zonder begeleider
- Je rijdt alleen en let extra goed op
- Je vertrekt, jij bent ook begeleider
Bekijk het antwoord
A: je vertrekt niet zonder begeleider. Op een schoolbus met minstens 7 zitplaatsen voor leerlingen is een busbegeleider verplicht. Zonder begeleider rijdt de bus niet uit, en de chauffeur is niet de begeleider.
Meer uitleg per onderwerp
- Rij- en rusttijden: hoe lang je mag rijden en moet rusten.
- De tachograaf: bestuurderskaart, symbolen en wat je bij een controle toont.
- Ladingzekering: krachten op de lading, sjorbanden en wie verantwoordelijk is.
- Zuinig rijden: toerenteller, schakelen, anticiperen en bandenspanning.
- Veiligheid en ongevallen: dode hoek, stopafstand en pech of een ongeval in een tunnel.
- Gezondheid en noodsituaties: vermoeidheid, alcohol, veilig werken en brand.
- De Wegcode voor vrachtwagen en bus: snelheid, inhalen, afstand en borden.
- Afmetingen, gewicht en rijbewijs: hoe groot en zwaar, de keuring en welk rijbewijs.
- Voorbeeld van een casestudie: een volledige case met uitleg bij elk antwoord.
- Het mondeling: hoe het verloopt, met voorbeeldvragen.
- Het Code 95-examen: de drie delen en hoe je slaagt.
Oefen personenvervoer met uitleg bij elk antwoord
Code 95 oefenen heeft vragen over personenvervoer met de bus, met uitleg bij elk antwoord. Probeer eerst gratis 10 vragen, zonder account.
Doe de gratis oefentestBronnen
- Wegcode (KB 1 december 1975), geconsolideerde tekst op wegcode.be (Justel)
- Justel: KB 15 maart 1968, technisch reglement voor voertuigen
- EUR-Lex: Verordening (EU) 181/2011 over de rechten van buspassagiers
- Your Europe: rechten van bus- en touringcarpassagiers
- VN/ECE-reglement 107 (bussen en autocars), bijlage 8: plaatsing van de rolstoel
- Vlaamse Codex: decreet van 20 maart 2009 over assistentiehonden
- Edulex: omzendbrief NO/2008/02 over leerlingenvervoer
- Vlaanderen.be: zonaal collectief leerlingenvervoer
- AGODI: presentatie leerlingenvervoer (pdf)
- GOCA: vademecum categorie D, basiskwalificatie